Een eerste woning kopen is voor veel starters steeds lastiger. Niet omdat zij geen inkomen hebben, maar omdat het gat tussen wat iemand kan lenen en wat een woning kost vaak te groot is.
Om beter te begrijpen wat hieraan te doen is, heeft onze fractievoorzitter het afgelopen jaar uitgebreid onderzoek gedaan. Hij sprak met 12 gemeenten, 6 financiers en 22 woningcorporaties over hun ervaringen met een woon- of startersfonds.
De centrale vraag: werkt zo’n fonds echt voor starters?
Het korte antwoord: ja, maar alleen als het goed wordt ingericht.
Wat is een starters- of woonfonds?
Een startersfonds helpt mensen die nét niet genoeg kunnen lenen voor hun eerste koopwoning. Dat gebeurt meestal via een aanvullende lening, bijvoorbeeld een starterslening.
Veel gemeenten werken daarbij met een revolverend fonds. Dat betekent dat geld dat wordt terugbetaald opnieuw beschikbaar komt voor nieuwe starters. Het geld blijft dus in de woningmarkt circuleren.
Voor gemeenten is dat interessant: één investering kan jarenlang effect hebben.
Waar zien andere gemeenten succes?
Uit de gesprekken kwamen duidelijke succesfactoren naar voren.
1. Revolverende fondsen werken het best
Wanneer geld terugkomt in het fonds, kunnen steeds nieuwe starters geholpen worden.
2. Samenwerking met financiers
Gemeenten die samenwerken met partijen zoals banken of landelijke fondsen (bijvoorbeeld via SVn) hebben vaak een stabieler systeem.
3. Koppeling met nieuwbouw
In sommige gemeenten wordt een startersfonds gekoppeld aan nieuwbouwprojecten. Dat vergroot de kans dat woningen ook daadwerkelijk bij starters terechtkomen.
4. Heldere doelgroep
Fondsen werken beter wanneer vooraf duidelijk is voor wie ze bedoeld zijn: lokale starters, jonge gezinnen of doorstromers.
Waar lopen gemeenten tegenaan?
Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen.
Fondsen zijn vaak snel leeg omdat de vraag groot is
Constructies kunnen ingewikkeld zijn voor starters
Er is soms zorg dat extra financiering prijzen kan opdrijven
Gemeenten moeten zorgvuldig omgaan met publiek geld en risico’s
Dat betekent dat een woonfonds geen wondermiddel is.
De conclusie voor VVD Smallingerland
Voor VVD Smallingerland is de belangrijkste conclusie helder:
een woonfonds kan starters echt helpen.
Maar het moet wel onderdeel zijn van een bredere aanpak.
De belangrijkste oplossing blijft namelijk: meer woningen bouwen. Zonder extra woningen blijft de druk op de markt bestaan.
Daarom ziet VVD Smallingerland een woonfonds als:
een praktisch hulpmiddel voor starters
een revolverend fonds dat zichzelf deels kan terugverdienen
een instrument naast woningbouw, niet in plaats daarvan
Als het goed wordt ingericht kan het fonds direct verschil maken voor jonge inwoners die in Smallingerland willen blijven wonen.
Waarom dit belangrijk is
Veel jonge mensen groeien op in onze gemeente, maar lopen vast zodra ze een huis willen kopen.
Een woonfonds kan net dat laatste zetje geven waardoor een starter wel een woning kan kopen in zijn of haar eigen gemeente.
Voor VVD Smallingerland is dat precies waar het om draait:
kansen creëren voor de volgende generatie om hier te blijven wonen.

