Maarten Noordhoff probeert in zijn artikel Vrijwillig buitenspel de discussie over het Wmo-vervoer terug te brengen tot een eenvoudig politiek verhaal: de VVD zat in de vorige coalitie, draagt dus medeverantwoordelijkheid en zou zich nu vanuit de oppositie gemakkelijk kritisch opstellen.
Maarten Noordhoff probeert in zijn artikel Vrijwillig buitenspel de discussie over het Wmo-vervoer terug te brengen tot een eenvoudig politiek verhaal: de VVD zat in de vorige coalitie, draagt dus medeverantwoordelijkheid en zou zich nu vanuit de oppositie gemakkelijk kritisch opstellen.
Dat klinkt misschien aardig in een politieke column. Staatsrechtelijk klopt er weinig van.
Sterker nog: met die redenering wordt precies zichtbaar waarom dit debat noodzakelijk was.
Sinds de dualisering van het gemeentebestuur zijn college en gemeenteraad bewust van elkaar gescheiden. Het college bestuurt. De gemeenteraad stelt kaders, vertegenwoordigt inwoners en controleert het college. Een raadsfractie is geen verlengstuk van een wethouder en al helemaal niet verplicht om na een verkiezing vier jaar lang te zwijgen over besluiten van een vorig college omdat die partij daar ooit een wethouder in leverde. De wetgever heeft die scheiding juist aangebracht om onafhankelijke controle mogelijk te maken.
De VVD loopt bovendien niet weg voor haar verleden. Ja, de VVD maakte tussen 2022 en 2026 deel uit van de coalitie. Sipke Hoekstra was wethouder Financiën. Maar wie van die historische coalitieverantwoordelijkheid zo’n groot punt wil maken, moet het verhaal dan ook volledig vertellen.
Die vorige coalitie bestond uit CDA, ChristenUnie, VVD, GroenLinks en FNP. GroenLinks was dus net zo goed coalitiepartij. En laat GroenLinks inmiddels samen met de PvdA zijn opgegaan in de partij waarvoor de heer Noordhoff nu raadslid is: Progressief Nederland, PRO.
Nog interessanter: de portefeuille Sociaal Domein, waaronder de Wmo, lag in het vorige college bij ChristenUnie-wethouder Pieter van der Zwan. De VVD-wethouder had onder meer Financiën en Inkoop en Aanbesteding. Dat ontslaat niemand van verantwoordelijkheid, want een college draagt gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het gevoerde bestuur. Maar het maakt het wel bijzonder selectief om van dit dossier achteraf vooral een ‘VVD-verantwoordelijkheid’ te maken.
Wij hebben daar dan ook geen behoefte aan. Niet aan het wegwijzen naar GroenLinks, niet naar de ChristenUnie en ook niet aan het vrijpleiten van de VVD. Wij willen weten wat het college wist, wanneer het dat wist, welke besluiten vervolgens zijn genomen en vooral: wanneer de gemeenteraad daarover is geïnformeerd.
En precies daar wordt het verhaal van Noordhoff problematisch.
De brief die de raad niet kreeg.
Op 14 april 2026 ontving het college een brief van de advocaat van Personenvervoer Kort. Geen terloopse e-mail. Geen vaag signaal. Een acht pagina’s tellende juridische brief waarin buitengewoon scherp werd gewaarschuwd.
Daarin stond onder meer dat de exploitatie van het Wmo-vervoer structureel verlieslatend was, dat alleen over 2025 al sprake zou zijn van ruim €500.000 verlies, dat de gemeente bekend was met structurele tekorten en continuïteitsrisico’s en dat voortzetting onder de bestaande voorwaarden volgens Kort feitelijk onmogelijk was.
En vervolgens kwam de waarschuwing die politiek werkelijk telt: wanneer in april geen oplossing zou worden gevonden, zou volgens de advocaat de continuïteit van Personenvervoer Kort ernstig, acuut en onomkeerbaar in gevaar komen. Daarbij werd expliciet gewaarschuwd dat zowel het Wmo-vervoer als het leerlingenvervoer abrupt tot stilstand zou kunnen komen.
Dat is geen geel waarschuwingslampje meer. Dat is een rode zwaailamp op het dak van het gemeentehuis.
Die brief werd niet met de gemeenteraad gedeeld.
En juist daarover zou de heer Noordhoff zich druk moeten maken.
Artikel 169 Gemeentewet is geen vrijblijvende suggestie.
Artikel 169 van de Gemeentewet is helder. Het college en zijn leden zijn tegenover de gemeenteraad verantwoording verschuldigd. Vervolgens staat in lid 2:
“Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.”
Dat is de actieve informatieplicht van het college. Daar hoeft een raadslid dus niet eerst toevallig de goede vraag voor te stellen. Het college moet zélf beoordelen welke informatie de gemeenteraad nodig heeft om zijn kaderstellende, budgettaire en controlerende taak behoorlijk uit te kunnen oefenen.
Dan is de relevante vraag niet of ieder vel papier dat bij het gemeentehuis binnenkomt onmiddellijk naar 31 raadsleden moet worden doorgestuurd.
De vraag is of een formele advocatenbrief waarin wordt gewaarschuwd dat een onderneming die een wettelijke gemeentelijke taak uitvoert binnen enkele weken in een acute en onomkeerbare continuïteitscrisis kan belanden, informatie is die de raad nodig heeft voor zijn taak.
Wij denken dat het antwoord daarop nauwelijks ingewikkeld kan zijn.
En voor de bekende tegenwerping dat zo’n advocatenbrief misschien gevoelige informatie bevat, bestaat binnen het gemeenterecht al lang een oplossing. Informatie hoeft niet openbaar op internet te worden gezet om haar met de raad te kunnen delen. De Gemeentewet kent expliciet de mogelijkheid informatie onder geheimhouding aan de gemeenteraad te verstrekken. Geheimhouding kan worden opgelegd wanneer daarvoor een wettelijke grond bestaat, bijvoorbeeld vanwege bedrijfs- of procesgevoelige informatie.
Dat onderscheid is essentieel.
De VVD zegt dus niet dat iedere vertrouwelijke juridische brief onmiddellijk openbaar had moeten worden gemaakt.
Wij zeggen wel dat ‘niet openbaar kunnen maken’ nooit automatisch hetzelfde is als ‘niet aan de gemeenteraad hoeven verstrekken’.
Dat onderscheid laat Noordhoff volledig liggen.
Wie stond hier nu werkelijk buitenspel?
En dan wordt de titel van zijn artikel bijna ironisch.
Want hoe kan een gemeenteraad zichzelf ‘vrijwillig buitenspel’ zetten wanneer cruciale informatie niet op zijn speelveld wordt gelegd?
Hoe had de raad in juni een politieke afweging kunnen maken over financiële risico’s, continuïteit van het Wmo-vervoer of mogelijke alternatieven, als de raad niet wist dat een advocaat namens de uitvoerder schriftelijk waarschuwde dat die continuïteit binnen enkele weken acuut en onomkeerbaar in gevaar kon komen?
Een gemeenteraad die pas later het volledige risicobeeld krijgt, heeft niet werkelijk kunnen sturen. Die wordt achteraf geïnformeerd over een ontwikkeling waarop het college al maanden eerder acteerde.
Dat is precies waarom artikel 169 bestaat.
Het argument van Noordhoff draait de staatsrechtelijke verhouding daarom volledig om. Niet de raad moet aantonen waarom hij informatie had willen hebben. Het college moet ervoor zorgen dat de raad beschikt over de informatie die nodig is om het college te controleren.
Ook een coalitiepartij hoort dat principe te verdedigen
Dat is des te relevanter omdat PRO inmiddels zelf deel uitmaakt van het college. PRO levert wethouder Zahraa Al-Daraaj en maakt samen met CDA, Smallingerlands Belang, ChristenUnie en D66 deel uit van de huidige coalitie.
Wij zouden daarom van PRO iets anders verwachten dan een poging om kritische oppositiepartijen af te serveren met de boodschap dat zij vroeger zelf bestuurlijke verantwoordelijkheid droegen.
Juist een coalitiepartij zou moeten zeggen: als informatie die essentieel was voor de controlerende taak van de raad niet is gedeeld, willen wij precies weten waarom.
Dat is geen oppositiespelletje.
Dat is behoorlijk bestuur.
En natuurlijk moet ook naar de verantwoordelijkheid van het vorige college worden gekeken. De VVD heeft daar geen enkele moeite mee. Sterker nog: laat die evaluatie maar breed, onafhankelijk en zonder politieke taboes plaatsvinden. Onderzoek de rol van het hele toenmalige college, de ambtelijke advisering, Forseti, de tariefstelling, de voorschotten, de juridische waarschuwingen en de momenten waarop de raad wel en niet is geïnformeerd.
Maar doe dan één ding niet: vooraf de conclusie trekken dat kritische raadsleden zichzelf buitenspel hebben gezet.
Want zolang niet helder is waarom de brief van 14 april niet aan de raad is verstrekt, ligt een heel andere conclusie minstens zo nadrukkelijk op tafel:
niet de oppositie zette zichzelf buitenspel. De gemeenteraad werd op cruciale momenten onvoldoende in positie gebracht.
En als de heer Noordhoff werkelijk vindt dat daar niets mis mee is, dan gaat dit debat inmiddels over iets veel groters dan alleen het faillissement van een vervoerder.
Dan gaat het over hoe PRO denkt dat de lokale democratie hoort te functioneren.
Marco Molhoek
Fractievoorzitter VVD Smallingerland

