Kwetsbare mensen die afhankelijk zijn van zorg moeten erop kunnen vertrouwen dat zij terechtkomen bij organisaties met de juiste intenties. Cliënten hebben recht op goede, veilige en professionele zorg. Helaas zien we de laatste jaren dat ook in de zorgsector partijen actief zijn die vooral uit zijn op het geld uit zorgbudgetten, in plaats van op het leveren van goede zorg.
Een landelijke toepassing van de Wet BIBOB voor zorginstellingen kan daarbij helpen. Met een BIBOB-toets kan vooraf beter worden onderzocht wie er achter een zorgorganisatie zit, hoe de financiering in elkaar zit en of er risico’s zijn op fraude, misbruik of criminele activiteiten.
Door zo’n toets landelijk verplicht te maken, wordt het voor zogenoemde zorgcowboys veel moeilijker om een zorginstelling op te zetten met als doel vooral geld uit het systeem te halen. Daarmee beschermen we niet alleen publieke middelen, maar vooral ook cliënten die afhankelijk zijn van goede zorg.
Gesprekken met gemeenten in Noord-Nederland
De afgelopen tijd heeft fractievoorzitter Marco Molhoek van VVD Smallingerland gesprekken gevoerd met omliggende gemeenten over dit onderwerp. Daaruit blijkt dat veel gemeenten dezelfde zorgen hebben: hoe voorkomen we dat zorggeld weglekt naar organisaties die niet primair bezig zijn met zorg, maar met winst?
Sommige gemeenten nemen inmiddels al stappen. De gemeente Groningen werkt bijvoorbeeld toe naar een verplichte BIBOB-toets bij zorgaanbieders. Dat laat zien dat het onderwerp serieus wordt genomen.
Tegelijkertijd laat dit ook een risico zien. Wanneer gemeenten verschillende regels hanteren, bestaat de kans dat malafide aanbieders simpelweg uitwijken naar gemeenten waar de controle minder streng is.
Wat Marco Molhoek wil voorkomen, is dat Smallingerland het afvoerputje van het Noorden wordt. Dat zorgcowboys die elders niet welkom zijn zich hier vestigen omdat de drempel lager is.
Juist daarom pleit hij voor een duidelijke en bij voorkeur landelijke aanpak.
Rekenvoorbeeld: wat kan dit betekenen voor Smallingerland?
De gemeente Smallingerland geeft jaarlijks ongeveer €150 tot €160 miljoen uit aan het sociaal domein, waarvan een groot deel naar zorg gaat (jeugdzorg, Wmo, begeleiding en ondersteuning).
Uit landelijke onderzoeken blijkt dat tussen de 1 en 5 procent van zorgbudgetten weglekt door fraude, misbruik of verkeerd gebruik. Dat lijkt een klein percentage, maar bij de grote bedragen in het sociaal domein gaat het al snel om miljoenen.
Als we dat voorzichtig vertalen naar Smallingerland:
Scenario | Percentage verlies | Bedrag per jaar |
|---|---|---|
Voorzichtig | 1% | €1,5 miljoen |
Realistisch | 3% | €4,5 miljoen |
Hoog | 5% | €7,5 miljoen |
Als een verplichte BIBOB-toets slechts een derde van dat misbruik voorkomt, dan kan dat voor een gemeente als Smallingerland al snel €4,5 tot €7,5 miljoen per jaar schelen.
Dat geld kan vervolgens weer worden ingezet waar het wél hoort:
betere ondersteuning voor gezinnen
meer preventie in de jeugdzorg
ondersteuning voor ouderen
of het verlagen van de druk op de gemeentelijke begroting.
Lange termijn: voorkomen is goedkoper dan herstellen
Onderzoeker Eugène van Mierlo wijst regelmatig op de lange termijn gevolgen van zorgfraude. Wanneer verkeerde aanbieders eenmaal in het systeem zitten, ontstaan vaak langdurige problemen: slechte zorg voor cliënten, juridische procedures, herstelkosten en nieuwe zorgtrajecten die opnieuw moeten worden opgestart.
Die schade kan jarenlang doorwerken — zowel financieel als maatschappelijk.
Juist daarom geldt hier een simpele waarheid: voorkomen is veel goedkoper dan achteraf repareren.
Conclusie
Een landelijke BIBOB-toets voor zorginstellingen is geen bureaucratische extra stap, maar een beschermingsmechanisme voor cliënten en belastinggeld.
Het helpt om zorgcowboys te weren, zorgt dat publieke middelen terechtkomen bij organisaties die écht zorg willen leveren en kan gemeenten miljoenen besparen. Geld dat vervolgens weer ingezet kan worden waar het werkelijk om draait: goede zorg voor mensen die die zorg nodig hebben.

